Uiteengezet in leeftijdsfasen.

 
 

De hersenen van kinderen en volwassenen verschillen niet alleen maar in uiterlijk
- ze werken ook verschillend

0-2 jaar:
Waarneming wordt gekoppeld aan lichamelijke beweging. Voorwerpen worden gevoeld en het kind ontdekt relaties (voor, achter, hard, zacht) De zintuigen die zien, horen,voelen, proeven en plaats bepalen worden het meest uitgeprobeerd.
De begeleiding van taal is belangrijk, zodat het kind leert wat een voorwerp is zelfs als het niet aanwezig is.

2-3,6 jaar:
Nu zijn de zintuigen horen en zien het belangrijkst. In plaats van het lichamelijk ervaren wordt het bekeken. Het kind kan nu handelen en waarnemen tegelijk.

3,6-6/7 jaar:
Het zien en horen nemen de belangrijkste rol in. Het kind leert nu minder de omgeving kennen door te bewegen en af te tasten.
meisje
Vanaf 6/7 jaar:
Het kind kent al veel begrippen maar deze worden nog wel gekoppeld aan waarnemen.

 

Vanaf 11 jaar:

Logisch dat pubers moeite hebben met het nemen van de juiste beslissingen, soms niet efficiënt plannen of onhandig lijken, hun hersenen zijn in ontwikkeling! Zoals we gedurende de eerste jaren steeds makkelijker  bewegen, zo gaan we tijdens de puberteit en adolescentie steeds makkelijker denken. Naast logisch redeneren is de frontaal kwab ook verantwoordelijk voor onze sociale vaardigheden. Pubers hebben vaak moeite met de juiste interpretatie van sociale seintjes, zoals het aflezen van emoties van iemands gezicht. Dit kom doordat netwerken in de hersenen nog niet volledig gevormd zijn. Pas sinds kort weten we dat de hersenen groeien tot ongeveer 20 jaar. Vlak voor de pubertijd vindt een grote verandering plaats Er vindt een groeispurt plaats in de frontaalkwab. Dit is het gedeelte van de hersenen dat verantwoordelijk is voor redeneren, organiseren, plannen, strategisch denken, beslissen, vaardigheden waar tieners steeds beter in worden. Ook zorgt de frontaalkwab voor de beheersing van impulsen.