| |
Al vanaf heel erg klein neemt een baby waar door middel van alle zintuigen.
Hij kijkt met grote ogen naar zijn omgeving(zien), hoort de hartslag van zijn ouders(horen), ruikt hun nabijheid (ruiken) voelt met zijn mond(voelen) en proeft de melk(proeven).
Al deze informatie die binnenkomt moet een kind leren begrijpen, beoordelen uitfilteren,onthouden en daarna ook nog op het juiste moment gebruiken.
Voor een klein kind is de wereld aanvankelijk een chaos van prikkels, die overzichtelijker wordt naarmate hij door ervaring de afzonderlijke dingen leert zien, horen en voelen, proeven en ruiken.
De manier waarop iemand waarneemt bepaalt hoe zijn manier van denken en leren verloopt. Door een actie en een reactie van zijn omgeving leert een mens oorzaak en gevolg kennen. We leren door ervaringen, hersenen leggen dan verbindingen aan.
Door taal en lichamelijke groei gaat het denken vooruit.
Maar ook doordat het denken zich ontwikkelt kan je je door taal steeds meer en beter gaan uitdrukken. En omdat je het qua motoriek beter voor elkaar krijgt snap je ook hoe dingen in elkaar zitten.
Deze hele ontwikkeling heet perceptie oftewel waarneming.
Het juist verlopen van dit proces is van invloed op de leerprestaties, het gevoel van eigenwaarde en daaruit voortvloeiend het gedrag. |
|